Algemene toelichting bij bijlagen deelovereenkomsten Wmo Begeleiding, Beschermd wonen en Kortdurend verblijf

U bevindt zich hier: Home > Zorginkoop > Overeenkomst sluiten > Algemene toelichting bij bijlagen deelovereenkomsten Wmo Begeleiding, Beschermd wonen en Kortdurend verblijf

Algemene toelichting bij bijlagen deelovereenkomsten Wmo Begeleiding, Beschermd wonen en Kortdurend verblijf

Bij de deelovereenkomsten horen zes bijlagen die integraal onderdeel uitmaken van de overeenkomst en hierna nader worden belicht.

Deze bijlagen gaan over de volgende zaken:

1.  Dienstverleners, resultaat en activiteiten
2.  Toegang Maatwerkvoorziening
3.  Tarieven
4.  Ontwikkelagenda
5.  Social return
6.  Algemene inkoopvoorwaarden

 

Bijlage 1: Dienstverleners, resultaat en activiteiten

De inzet van Wmo-maatwerkvoorzieningen dienen een doel. Maatwerkvoorzieningen worden alleen ingezet indien de inzet met het oog op de participatie / zelfredzaamheid van mensen nodig wordt geacht. Om die reden wordt in bijlage 1 van de deelovereenkomsten beschreven uit welke resultaten en activiteiten de maatwerkvoorziening kan bestaan.

Indien aanbieders resultaten / activiteiten toegevoegd willen zien in bijlage 1 van de afzonderlijke overeenkomsten, kunnen zij daartoe een verzoek indienen via de procedure zoals beschreven in de basisovereenkomst (artikelen 7 tot en met 10).

 

Bijlage 2: Toegang Maatwerkvoorziening

In bijlage 2 is het proces van toegang beschreven: een inwoner heeft een hulpvraag en wat dan? Het proces van besluitvorming wordt beschreven: verstrekking maatwerkvoorziening zorg in natura aan de inwoner inclusief het proces tot het komen van het daadwerkelijke aanbod zorg in natura (opdrachtverstrekking door de gemeente aan aanbieder). Ook het proces nadien - monitoring, gegevensuitwisseling - wordt beschreven. Voor de uitvoeringspraktijk is de Toegang Maatwerkvoorziening zeer belangrijk, daarom is er extra informatie over beschikbaar.

Bijlage 3: Tarieven

Zorginzet / algemeen gebruikelijke kosten:

Belangrijk om te vermelden is dat de tarieven mede zijn gebaseerd op de directe contacttijd / directe zorgverlening tussen aanbieder en cliënt. Onder directe zorgverlening wordt in ieder geval niet verstaan:

·       activiteiten van niet-uitvoerenden (leidinggevende, staf, management, administratie);
·       activiteiten met betrekking tot het opstellen van een zorg- of werkplan; en
·       reistijd, bijscholing.

Deze bijkomende activiteiten / inzet kunnen dus niet extra gedeclareerd worden.

Daarnaast mag de aanbieder het bedrag alleen gebruiken voor direct aan de maatwerkvoorziening gerelateerde kosten. Aanbieder mag het bedrag dus niet gebruiken voor compensatie van kosten die te beschouwen zijn als algemeen gebruikelijk (zoals abonnementskosten, gebruikelijke kosten verbonden aan het uitoefenen van een hobby of sport, uitstapjes, et cetera). Uitzondering hierop vormt voeding als kostenpost indien het kortdurend verblijf of beschermd wonen betreft.

Begeleiding: tarief overgangsrecht en nieuwe cliënten

De deelovereenkomst maakt onderscheid tussen twee tarieven: een tarief voor cliënten die onder het overgangsrecht vallen en een tarief voor nieuwe klanten.

·       Tarief overgangsrecht per 1 januari 2016
Voor het overgangsjaar 2015 waren voor de zogenaamde overgangscliënten tarieven vastgesteld gebaseerd op de systematiek van de AWBZ waarbij op de werkelijke tarieven die de aanbieder met het Zorgkantoor was overeengekomen voor 2013 een generieke korting werd toegepast van 11,5 %. Stel dat het tarief voor een aanbieder in 2013 96% was van het max NZA-tarief 2013, dan bedroeg het tarief voor 2015 84,5% van het max NZA-tarief. Dit betekende dus feitelijk dat de tarieven overgangsrecht per aanbieder konden verschillen. Per aanbieder die het contract sloot werd daarom, aanvullend op de deelovereenkomst, een zogenaamd addendum opgesteld waarin de voor de betreffende aanbieder geldende tarieven voor 2015 specifiek werden vastgelegd.

Per 1 januari 2016 is het overgangsrecht niet langer van toepassing. Dat betekent dat alle overgangscliënten vanaf 1 januari 2016 formeel onder de Wmo 2015 vallen. Qua tariefstelling is voor deze voormalige overgangscliënten echter besloten dat het overgangsrechttarief 2015 – zoals hierboven beschreven - blijft gelden tot het moment dat deze cliënten in het kader van de Wmo 2015 een nieuw besluit hebben ontvangen op basis van een inhoudelijke beoordeling.

·       Tarief nieuwe cliënten per 1 januari 2016
In paragraaf 1.2 van bijlage 3 van de overeenkomst staan de tarieven voor nieuwe klanten (onder wie begrepen de cliënten voor wie in 2015 een bestaande AWBZ-indicatie afliep en die reeds een nieuwe inhoudelijke Wmo-beoordeling hebben gehad). De tariefstelling is gebaseerd op een nieuwe categorie-indeling waarbij de systematiek van de AWBZ (tarieven relateren aan doelgroep en / of grondslag) is losgelaten. De tarieven gelden vanaf 1 januari 2015 en zijn vooralsnog ongewijzigd gebleven. In 2016 evalueren Gemeente en aanbieders bijlage 3. Kortom, tariefstelling blijft in ontwikkeling.

·       Vervoer begeleiding groep
De aanbieder is verplicht het vervoer te organiseren indien het gemeentelijk besluit tot maatwerkvoorziening tevens vervoer van- en naar de dagbesteding omvat. Ter compensatie voor de kosten die de aanbieder daarvoor maakt, ontvangt de aanbieder een apart tarief zoals genoemd in tabel 1 van bijlage 3.
Het tarief (€ 11,00 dan wel € 16,50) betreft een retourtarief per dag. Indien de kosten van vervoer voor de aanbieder meer bedragen dan de vergoeding zoals die wordt ontvangen van de gemeente, kan de aanbieder zijn vervoerskosten niet (deels) verhalen op de cliënt, door bijvoorbeeld een eigen bijdrage voor vervoer te vragen aan de cliënt. Ook is het niet geoorloofd om het noodzakelijke vervoer te organiseren via de inzet van het collectief vraagafhankelijk vervoer vanuit de Wmo 2015.

Kortdurend Verblijf: tarief

Voor alle klanten geldt ingevolge de deelovereenkomst één tarief ongeacht type klant of grondslag. Het tarief 2016 bedraagt per etmaal € 62,00. In dit bedrag zit tevens een bedrag voor huisvestingskosten. Het gaat uitsluitend om de verblijfscomponent (zogenaamde bed, bad en brood). Eventueel benodigde aanvullende zorg/diensten tijdens het kortdurend verblijf (bijvoorbeeld begeleiding of persoonlijke verzorging) valt daar niet onder en dient apart te worden geïndiceerd.

Let op: permanent toezicht maakt wel onderdeel uit van de dienstverlening (zie bijlage 1 van de overeenkomst), wat betekent:

  • het bieden van fysieke zorg, zodat tijdig in kan worden gegrepen bij bijvoorbeeld valgevaar, of complicaties bij een ziekte en/of
  • het verlenen van zorg op ongeregelde en/of frequente tijden, omdat de verzekerde zelf niet (meer) in staat is om hulp in te roepen en/of
  • het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen (voorkomen van escalatie en gevaar).

De aanbieder hoeft niet te zorgen voor het vervoer van – en naar de locatie van kortdurend verblijf. Dat is aan de cliënt om te organiseren. Indien de klant (met behulp van zijn omgeving) daartoe niet in staat is, kan aanvullend op de toekenning van de maatwerkvoorziening voor kortdurend verblijf, door de gemeente een Wmo-maatwerkvoorziening voor vervoer worden afgegeven.

Overigens hanteren we in de praktijk een bepaalde mate van flexibiliteit bij de daadwerkelijke inzet van kortdurend verblijf. Het is inwoners toegestaan om toegekende etmalen kortdurend verblijf per maand op te sparen en in te zetten voor één langere periode van vakantie.

Kortdurend verblijf / Spoedopvang

Onder kortdurend verblijf kan ook het noodzakelijke verblijf vallen in het kader van spoedzorg (ook wel crisisopvang genoemd). Spoedzorg is iets anders dan respijtzorg. Respijtzorg gaat over ondersteuning van mantelzorgers. Dat kan bijvoorbeeld door het bieden van kortdurend verblijf. Onder spoedzorg (ook wel crisisopvang genoemd) verstaan we een hulpvraag om zorg of ondersteuning waarop binnen 24 tot 48 uur moet worden gehandeld. Het gaat om situaties waarin iemand uit de huiselijke setting moet worden gehaald als gevolg van een onverwachte en voor de cliënt ingrijpende gebeurtenis, bijvoorbeeld omdat de mantelzorger/partner plotseling in het ziekenhuis moet worden opgenomen.Spoedzorg/opvang kan liggen op het terrein van de WLZ, ZVW maar ook op het terrein van de Wmo. De VNG heeft een informatiekaart Spoedzorg (versie 02 juli 2015) opgemaakt waarin in wordt gegaan op de afbakeningsproblematiek tussen de drie wetten: wanneer valt een situatie onder welke wet?

Hoewel in de deelovereenkomst kortdurend verblijf het thema spoedopvang niet expliciet wordt gemaakt, heeft voor wat betreft Wmo-spoedzorg het bepaalde in deze deelovereenkomst te gelden inclusief de tariefstelling kortdurend verblijf.

Kortdurend verblijf in het kader van spoedopvang/crisisopvang wordt toegekend voor de (aaneengesloten) periode  die het betreft. Dit is dus anders dan in geval van een “reguliere” toekenning kortdurend verblijf waarbij in beginsel wordt uitgegaan van een maximum van 3 etmalen per week.

Beschermd wonen: tarieven

De tarieven voor de bestaande aanbieders zoals die gelden vanaf 2015 (niet gewijzigd per 1 januari 2016) zijn gebaseerd op de AWBZ. Een bestaande aanbieder is een aanbieder in 2014 bekend via contractering van (een vorm van) Beschermd wonen bij een Zorgkantoor in Nederland.

De tarieven zijn gebaseerd op de werkelijke tarieven in 2013 die de aanbieder met het Zorgkantoor was overeengekomen voor de kosten van de zorg. Door ondertekening van de deelovereenkomst (artikel 13 lid 2) machtigt aanbieder Peel 6.1 om de werkelijke tarieven zoals ontvangen over 2013 door aanbieder op te vragen teneinde Peel 6.1 in staat te stellen om, met inachtneming van het hierboven benoemde kortingspercentage, het tarief vanaf 2015 zoals geldend voor aanbieder te bepalen. Voor iedere aanbieder afzonderlijk wordt een addendum bij deze deelovereenkomst inzake de tariefstelling opgesteld.

Voor nieuwe aanbieders (zij die geen contract hadden met een Zorgkantoor in 2014 inzake (een vorm van) beschermd wonen) geldt het volgende tarief vanaf 2015 (niet gewijzigd per 1 januari 2016): maximum NZA 2013 /- 10 % korting = 90 % van maximum NZA-tarief 2013. De NZA-tarieven 2013 worden genoemd in de deelovereenkomst. Er wordt uitgegaan van de vier bestaande zorgzwaartepakketten GGZ-C (3 t/m 6).

Voor bestaande aanbieders die vanaf 2015 nieuwe producten gaan leveren (d.w.z. een vorm van beschermd wonen/ prestatie binnen de NZA-structuur niet gecontracteerd in 2014) geldt het maximum NZA-tarief 2013 minus bestaande korting op huidige producten (producten /vormen van beschermd wonen gecontracteerd in 2014) waarbij de hoogste korting (op een gecontracteerd product beschermd wonen in 2014) bepalend is.

In het kader van de uitvoering van de vanaf 1 januari 2015 nieuwe Wmo-taak Beschermd wonen wordt een transformatie-opgave gedefinieerd, met daarbij de vaststelling van nieuwe categorieën en tarieven, die bijdragen aan het realiseren van de visie en doelstellingen op dit gebied. Voor het formuleren van de uitgangspunten voor de inrichting van het toekomstig stelsel wordt een traject gevolgd waarbij partijen in de regio zijn bevraagd en betrokken, in de vorm van verdiepend onderzoek, een werkconferentie, Expertisetafels en de fysieke overlegtafel/werkgroep Beschermd wonen binnen de Peel. De verwachting is dat dit medio 2016 vertaald wordt in nieuwe categorieën en tarieven.

Vervoer beschermd wonen

Door Peel 6.1 kán worden vastgesteld dat vervoer noodzakelijk is indien de cliënt niet in staat is om zelfstandig te reizen. Dit kan overigens uitsluitend aan de orde zijn bij vervoer vanuit een locatie beschermd wonen van en naar een dagbestedingslocatie elders. Hierbij zal uiteraard maximaal gekeken moeten worden door de betrokken aanbieder naar andere mogelijkheden qua vervoer. De tarieven staan opgenomen in de Deelovereenkomst Maatwerkvoorziening Beschermd Wonen. Voor wat betreft regels inzake vervoer en tariefstelling: zie ook hetgeen omtrent vervoer staat vermeld bij de voorziening begeleiding.

Bijlage 4: Ontwikkelagenda

In het proces van bestuurlijk aanbesteden / decentralisatie van de taken van de AWBZ naar de Wmo maken we een onderscheid tussen de begrippen transitie en transformatie. Hiermee bedoelen we te zeggen dat de gemeenten vanaf 1 januari 2015 de nieuwe taken uitvoeren maar dat daarmee het veranderingsproces - de echte transformatie - nog zeker niet klaar is. In dat kader hebben we, in gezamenlijkheid met de aanbieders aan de fysieke overlegtafel, een zogenaamde ontwikkelagenda opgesteld waarin we onderwerpen benoemd hebben die gemeenten en aanbieders vanaf 2015 in gezamenlijkheid doorontwikkelen.

Bijlage 5: Social return

Social Return is het opnemen van sociale voorwaarden en eisen in inkoop- en aanbesteding-strajecten, zodat aanbieders een bijdrage leveren aan de ondersteunning van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt

De bijdrage aan Social Return van de opdrachtnemer met wie de raamovereenkomst wordt gesloten, bestaat uit de verplichting minimaal 5 % van de feitelijke waarde van de te verkrijgen(deel)opdrachten te investeren in werk bepaalde doelgroepen.

De aanbieder dient binnen 14 dagen na sluiten van de deelovereenkomst contact op te nemen met de projectleider Social Return van het Werkplein Regio Helmond, Reinier Roosjen (bereikbaar via telefoonnummer 06-50242221 of per mail: r.roosjen@helmond.nl).

De formats voor de inventarisatie van Social Return-activiteiten en het plan van aanpak worden dan toegestuurd.

Bijlage 6: Algemene inkoopvoorwaarden

Ingevolge artikel 3 van de overeenkomst zijn de algemene inkoopvoorwaarden van de gemeente Helmond van toepassing op de overeenkomst tussen gemeenten en aanbieders. Een tweetal artikelen uit de algemene inkoopvoorwaarden is niet van toepassing: zie artikel 3, leden 2 en 3. Inkoopvoorwaarden van een aanbieder zijn niet van toepassing. Dit laat, met inachtneming van artikel 3, vijfde lid, van de overeenkomst onverlet dat de aanbieder bij de uitvoering van de overeenkomst, met cliënten kan afspreken dat de inkoopvoorwaarden of reglement van aanbieder wel van toepassing zijn op de verhouding tussen aanbieder en de cliënt.

Indien er tegenstrijdigheden zijn tussen basisovereenkomst, deelovereenkomst en algemene inkoopvoorwaarden, dan heeft de volgende rangorde te gelden:

·       Basisovereenkomst;
·       Deelovereenkomst met bijlagen 1 tot en met 5;
·       De algemene inkoopvoorwaarden.