U bevindt zich hier: Home > PGB > Pgb-info > Pgb-Regels

Pgb-Regels

De deelovereenkomsten handelen over de verstrekking van voorzieningen in de vorm van zorg in natura. Via een persoonsgebonden budget (pgb) kan ook zorg worden geleverd. De cliënt heeft de keuze om een maatwerkvoorziening met een persoonsgebonden budget in te kunnen kopen, waarbij de cliënt zelf zeggenschap heeft en de regie over zijn of haar ondersteuning voert.

Regels voor Wmo

De regels voor de verstrekking van een voorziening in de vorm van een pgb liggen voor de Wmo vast in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de lokale Verordening maatschappelijke ondersteuning 2018 en de lokale Nadere regels 2018 en beleidsregels pgb Wmo gemeente Helmond 2018. Kijk voor de documenten in Beleid en regelgeving.  De zes Peelgemeenten hebben ieder afzonderlijk een verordening en een set nadere regels.

Regels voor Jeugd

Voor jeugd zijn er tevens kaders aan de orde, en dat zijn:

  • de Jeugdwet
  • de verordening jeugdhulp 2015 (wordt binnenkort Verordening jeugdhulp 2019)
  • de nadere regels jeugdhulp 2015

Kijk voor de documenten in Beleid en regelgeving

Voorwaarden

In de Wet (artikel 2.3.6), de Verordening (artikel 5.1) en de Nadere regels (artikel 3.5) staan drie vereisten opgenomen waaraan een cliënt, eventueel met behulp van zijn of haar vertegenwoordiger, moet voldoen om in aanmerking te komen voor een Pgb. Het gaat om:

  1. Bekwaamheid van de cliënt,
  2. Motivering van het pgb en
  3. Kwaliteit van de dienst.

Ad 1. de aanvrager is – eventueel met hulp van zijn sociaal netwerk of wettelijk vertegenwoordiger – in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen en in is in staat om de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Dit criterium betekent feitelijk dat de aanvrager in staat moet zijn om de regie te voeren op zijn traject. Hiermee wordt niet alleen bedoeld dat de aanvrager in staat moet zijn tot uitvoering van administratieve taken die behoren bij een pgb, maar betekent met name ook dat de aanvrager zijn traject / het handelen van de dienstverlener moet kunnen beoordelen en indien nodig in staat is om te handelen jegens een dienstverlener (bijstelling dienstverlening, kritisch aanspreken van …).

Ad 2. de aanvrager dient zich gemotiveerd op het standpunt te stellen dat hij de voorziening als een pgb geleverd wenst te krijgen in plaats van in de vorm van zorg in natura. Dit criterium betekent feitelijk dat de aanvrager moet laten zien dat hij er over na heeft gedacht en een hele bewuste keuze maakt voor een pgb. Het is vervolgens niet aan de gemeente om inhoudelijk een oordeel te vellen over de keuze. De toets van de gemeente in deze blijft beperkt tot een procedurele toets: heeft de burger zich voldoende gemotiveerd?

Ad 3. het derde criterium betreft een beoordeling van de inzet. Wordt met de door de aanvrager voorgestane inzet van het pgb gewaarborgd dat de dienst veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt? Hierbij weegt de gemeente mee of de voorgestane in te zetten voorzieningen door de dienstverlener in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Wordt met de inzet het voorgestane resultaat bereikt? Dit betekent feitelijk dat de gemeente voorafgaande aan de afgifte van de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening dient te weten hoe de aanvrager na toekenning zijn pgb wenst in te zetten. Deze toets wordt primair gemaakt aan de hand van het pgb-plan.

Toetsing van de voorwaarden

Toetsing van bovenstaande voorwaarden is maatwerk en vindt plaats op basis van gesprekken met de consulent en het door de cliënt/vertegenwoordiger in te vullen Pgb-plan. De consulent zal op basis van de verkregen informatie oordelen over het al dan niet afgeven van een persoonsgebonden budget. Daarbij is er aandacht voor de verantwoordelijkheid die de cliënt draagt voor het bewaken van de kwaliteit van de ondersteuning en het actief sturen op resultaat.

Voor Wmo Beschermd wonen wordt een aanvullende specifieke kwaliteitseis gesteld. De dienstverlener moet in ieder geval voldoen aan de norm “Verantwoorde zorg” en tevens moet de dienstverlener beschikken over een voor de sector erkend kenmerk.

Keuzevrijheid?

Indien een inwoner aanspraak maakt op een individuele maatwerkvoorziening Wmo, dan kan de inwoner in beginsel kiezen voor de verstrekkingsvorm: of in de vorm van zorg in natura of in de vorm van een pgb. Dit belangrijke principe van keuzevrijheid ligt vast in de wet (artikel 2.3.6., eerste lid Wmo 2015).

Voor Jeugdhulp ligt dit anders. Cliënten die vallen onder de Jeugdwet, dienen gemotiveerd aan te geven waarom een voorziening in natura niet passend en toereikend is. In die zin is zorg in natura voor Jeugdhulp een voorliggende voorziening ten opzicht van een pgb.

Criteria wanneer pgb inzetten?

Het is niet zo dat een voorziening altijd in de vorm van een pgb wordt verstrekt indien een inwoner dat wenst. Ingevolge de wet en nadere regels moet een inwoner aan drie criteria te voldoen (waarbij dan voor Jeugdhulp nog specifiek heeft te gelden dat zorg in natura voorliggend is op pgb):

  1. de aanvrager is – eventueel met hulp van zijn sociaal netwerk of wettelijk vertegenwoordiger – in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen en in is in staat om de aan een pgb verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Dit criterium betekent feitelijk dat de aanvrager in staat moet zijn om de regie te voeren op zijn traject. Hiermee wordt niet alleen bedoeld dat de aanvrager in staat moet zijn tot uitvoering van administratieve taken die behoren bij een pgb, maar betekent met name ook dat de aanvrager zijn traject / het handelen van de dienstverlener moet kunnen beoordelen en indien nodig in staat is om te handelen jegens een dienstverlener (bijstelling dienstverlening, kritisch aanspreken van …).
  2. de aanvrager dient zich gemotiveerd op het standpunt te stellen dat hij de voorziening als een pgb geleverd wenst te krijgen in plaats van in de vorm van zorg in natura. Dit criterium betekent feitelijk dat de aanvrager moet laten zien dat hij er over na heeft gedacht en een hele bewuste keuze maakt voor een pgb. Het is vervolgens niet aan de gemeente om inhoudelijk een oordeel te vellen over de keuze. De toets van de gemeente in deze blijft beperkt tot een procedurele toets: heeft de burger zich voldoende gemotiveerd?
  3. het derde criterium betreft een beoordeling van de inzet. Wordt met de door de aanvrager voorgestane inzet van het pgb gewaarborgd dat de dienst veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verstrekt? Hierbij weegt de gemeente mee of de voorgestane in te zetten voorzieningen door de dienstverlener in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het pgb wordt verstrekt. Wordt met de inzet het voorgestane resultaat bereikt? Dit betekent feitelijk dat de gemeente voorafgaande aan de afgifte van de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening dient te weten hoe de aanvrager na toekenning zijn pgb wenst in te zetten. Deze toets wordt primair gemaakt aan de hand van het pgb-plan.

Daar waar de gemeente aan aanbieders zorg in natura diverse eisen stelt via de deelovereenkomsten, stelt de gemeente op voorhand geen formele (kwaliteits-)eisen aan dienstverleners pgb. Het hebben van een klachtenregeling, het hebben van algemene voorwaarden, het beschikken over een keurmerk … : dit zijn geen eisen die de gemeente stelt aan een dienstverlener pgb. Dit vanuit het principe dat de verantwoordelijkheid voor beheer en uitvoering van een pgb bij de budgethouder (burger) ligt.

Een zeer belangrijke uitzondering hierop betreft Wmo-beschermd wonen. Ingevolge artikel 5.1 van de nadere regels voor wat betreft een pgb voor beschermd wonen een aanvullende specifieke kwaliteitseis wordt gesteld. De dienstverlener moet in ieder geval voldoen aan de norm “Verantwoorde zorg” en tevens moet de dienstverlener beschikken over een voor de sector erkend kenmerk.